Knotwilgen

We knotten de knotwilgenlaantjes in onze gemeente voortaan niet meer in één keer (dus alle knotwilgen achter elkaar), maar om en om. Wilgen komen in het voorjaar tot bloei. De bloesem is een belangrijke voedingsbron voor vroeg actieve insecten zoals hommels en andere bijen.

Als deze geknot zijn, dan bloeien ze uiteraard een jaartje niet. Er is dan in de lente weinig voedsel te vinden voor ontwakende bloembezoekers. Ook weten we dat de wilgen een broedplek vormen voor steenuilen, ringmussen en andere vogels. Door niet alle wilgen in één keer te knotten, blijft er altijd leefgebied aanwezig voor vogels en zijn er elk voorjaar wilgenkatjes voor insecten. We knotten de wilgen om de drie jaar en in elk van de jaren pakken we een deel aan. Zo ontstaat de hoogste diversiteit in leeftijden van de wilgentenen en dus ook de grootste variatie aan kleine leefgebieden. 

Kortom, niet alle wilgen in één keer knotten, zorgt dat er veel bloeiende wilgenkatjes zijn. Voor de ontwakende insecten is het een verschil van levensbelang!